Goos Cardol heeft in juni zijn verjaardag kunnen vieren. Hij is ‘gewoon’ weer een jaartje ouder geworden. Een paar minuten razendsnel handelen maken het verschil en hebben ervoor gezorgd dat hij belt om zijn verhaal te doen.

Cardol: “Ik weet nu dat per week 300 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand krijgen en dat van die 300 er circa 270 overlijden. Ik ben een enorme mazzelaar…”

Aan de telefoon Goos Cardol die op 9 mei jl. een hartstilstand kreeg. Omdat er zo snel en bekwaam handelend is opgetreden, kan hij het navertellen. Hieronder zijn ervaring.

“Het was de eerste dag na mijn vakantie en ik kwam van m’n werk. Daar was ik al niet goed geworden, maar ik dacht eigenlijk dat dat kwam omdat ik misschien te weinig gegeten had. Ik fietste naar huis en voelde de pijn op de borst. Maar goed, dan stap je ook niet meteen af, ik fietste gewoon verder. Maar toen ik voor het pand van Essent was, kon ik echt niet verder. Ik had zo een pijn dat ik ben afgestapt. Dat is ook meteen het laatste wat ik me nog kan herinneren. Vervolgens werd ik tweeënhalve dag later wakker in het ziekenhuis. Tussen het moment van afstappen en weer wakker worden zit een zwart gat en daarvan weet  - of beter wist -  ik niets meer van. Daar had ik het moeilijk mee; dat ik niet wist wat er in die tijd allemaal was gebeurd. Ik ben op zoek gegaan naar antwoorden: hoe het is gegaan, wie wat heeft gedaan en dus: waardoor ik nu nog leef!”

“Ik heb als eerste contact opgenomen met Essent. De BHV’er heeft mij verteld wat er die middag is gebeurd. De man vertelde: er waren ‘contractors’ bij ons aan het werk en die zagen dat ik van mijn fiets afstapte en vervolgens omviel. De contractors kwamen aangerend: is er hier een AED? Wij renden mee naar buiten en zagen dat twee omstanders al aan het reanimeren waren. De BHV’er vertelde dat hij altijd alleen nog maar op een pop had geoefend, had nooit in het echt gereanimeerd. Omdat mijn ademhaling weg was, was als eerste een Rapid Responder Ambulance ter plaatse, zo’n kleine ambulanceauto. De politie heeft ook nog gereanimeerd en daarna kwam de grote ambulance. Ik ben vervolgens meteen doorgegaan de operatiekamer in.”

“Ik heb op de intensive care gelegen omdat onder andere mijn primaire functies niet goed werkten en mijn ademhaling nog niet goed was. Om het hart te ontlasten heb ik slaapmedicatie gekregen. Als ze daarmee stoppen, word je daarna – als het goed is - tussen de drie uur en drie maanden wakker. Na anderhalve dag zijn ze gestopt met de medicatie en na drie uur werd ik wakker. Ik heb zo veel geluk gehad dat er zo snel hulp is geboden! Nadat ik wakker ben geworden hebben ze oefeningetjes met me gedaan. Die deed ik braaf, maar heel bewust heb ik dat allemaal niet meegemaakt. Alles ging helemaal goed, dat wel hoor! Na zeven weken revalidatie en cursussen om weer vertrouwen in mijn lijf te krijgen, gaat het nu stukken beter met me. Ik ben zelfs voorzichtig alweer aan het werk gegaan.”

“Dat zwarte gat: dat moest worden ingevuld, wat is er allemaal gebeurd en wie heeft wat gedaan? De verpleegkundige op de IC heeft mij alles verteld, hoe ik binnen ben gebracht en wie op de IC wat heeft gedaan. Ook heb ik de kamer gezien waar ik na de operatie heb gelegen. De meneer van Essent vertelde dat de hulpverlening heel rustig verliep, het wekte een professionele indruk. Iedereen deed wat ie moest doen. Mijn vraag was wel: wie waren die eerste twee mensen, die als allereerste direct met reanimeren waren begonnen? De politie heeft hun namen opgeschreven, zo hoorde ik. Ik ben naar het politiebureau gegaan en er is een aantekening gemaakt van mijn verzoek, of ik mocht weten wie mij als eerste hadden gereanimeerd. Helaas heb ik tot op dit moment nog geen reactie van de politie mogen ontvangen, ook niet op mijn schriftelijke verzoek waarin ik heb toegelicht waarom dit zo belangrijk voor mij is. Ik heb bijvoorbeeld in de eerste dagen erna ‘zwarte dromen’ gehad. Ik wil graag weten wat er is gebeurd… Als die twee personen geen contact willen, kan dat natuurlijk, maar ook dat hoor ik graag. Nu het zo goed met mij gaat, realiseer ik me eens te meer hoe ont-zet-tend belangrijk die eerste minuten zijn geweest. Hoe belangrijk dus ook hun hulpverlening is geweest. Via de verpleegkundige van de IC en door Essent weet ik nu een heel groot deel. Technisch gesproken dan, emotioneel weet ik zelf natuurlijk niets.”

“Het helpt om te weten wat er is gebeurd. Je bent mooi gevallen zegt de BHV’er van Essent. Je had geen wondjes bijvoorbeeld. Ik begrijp wel uit z’n verhaal dat het allemaal geen ‘elegant’ gebeuren is. Hoe je lichaam reageert op de schokken van de AED bijvoorbeeld. Ik heb dingen gehoord die ik nog niet wist. En die zijn ook niet smakelijk om het maar zo te zeggen, maar dat maakt mij niet uit. Ik wil gewoon alles weten.”

“Ik vind het zó ontzettend bijzonder: ik val om en a la minute laten mensen alles uit hun handen vallen om te helpen. Het was prachtig weer die middag. Ik val om tegenover een vol terras, het was daar hartstikke druk. Twee personen van het terras komen mij dus ogenblikkelijk helpen. Dat vind ik zó mooi! Ik heb mijzelf nu uiteraard ook aangemeld voor een cursus, over drie weken begin ik. Als het confronterend is, nou, dan moet dat maar. Ik voel het als een verplichting en ik wil ook niet anders. Want stel, ik kom iemand tegen die direct hulp nodig heeft? Dan moet en wil ik toch ook meteen kunnen helpen? Wat ik nu ook weet: die allereerste minuten, daar gaat het om. En elke minuut is er één. Zes minuten en… ja, dan had ik dit naar alle waarschijnlijkheid niet meer zo kunnen vertellen.”

“Ik weet wel wat BHV is, wat het betekent, wat die mensen doen. Ik weet ook wel dat er AED’s bestaan, maar daar ben je verder niet mee bezig. Daar sta je niet bij stil en dat heb ik me allemaal ook nooit zo gerealiseerd. Ik zeg steeds de BHV’er van Essent. De meneer wil niet dat zijn naam wordt genoemd. Hij zegt: ik deed gewoon m’n werk. Hij voegde toe: u bent wel mijn eerste reanimatie in de praktijk en ik ben heel blij dat het gelukt is. Aan deze meneer en de twee omstanders, en natuurlijk ook de professionele hulpverleners daarna, heb ik mijn leven te danken. Het belang van de hulp in die allereerste minuten wil ik onderstrepen. Ik heb geen problemen aan de hartstilstand overgehouden, ook geen hersenschade. Allemaal door die adequate hulpverlening. Ik ben ongelooflijk dankbaar dat er zó snel is gehandeld. Daarom wil ik mijn verhaal doen.”

Goos Cardol

 

Lees ook: "Voor 112 is er de BHV" en de ondersteuning door ons boegbeeld Erik Akerboom, korpschef van politie.

Delen: 

Inschrijven nieuwsbrief

Go To Top